Algemene Veerboot- en Beurtvaartcondities


Tijdens het verblijf op het emplacement alsmede op het vervoer van zaken en personen zijn de Algemene Veerboot- en Beurtvaartcondities van toepassing, laatste versie, u vindt deze via Algemene Veerboot- en Beurtvaartcondities, alsmede onze onderstaande algemene voorwaarden. Beide worden op verzoek naar u toegezonden.


Algemene Voorwaarden


Artikel 1 Definities

Aanlegplaats Een plaats waar een vervoermiddel aanmeert om reizigers op te nemen of te laten uitstappen en die als zodanig is aangeduid, alsmede de daarbij behorende wachtgelegenheid.

Dienstregeling Voor een ieder kenbaar schema van reismogelijkheden zoals dit van tijd tot tijd door de vervoerder wordt vastgesteld.

Gevaarlijke stoffen Stoffen of mengsels van stoffen, die vanwege hun intrinsieke eigenschappen of de omstandigheden waaronder ze voorkomen, een gevaar vormen voor zaken, de mens of het milieu, en waardoor schade aan gezondheid of leven of zaken kan worden toegebracht.

Handbagage Bagage die een reiziger als gemakkelijk mee te voeren, draagbaar dan wel verrijdbaar bij zich heeft, daaronder begrepen levende dieren, vouwfietsen, kinderwagens, alsmede voorwerpen die door de vervoerder als handbagage worden toegelaten.

Lading Alle zich in en op het vervoermiddel bevindende zaken inclusief voertuigen, niet zijnde handbagage.

Personeelslid Het personeelslid in dienst van de vervoerder met inbegrip van het personeelslid, dat niet in dienst van de vervoerder dienst doet op een vervoermiddel van de vervoerder of op een vervoermiddel dat aan de vervoerder ter beschikking is gesteld.

Reiziger De persoon ten aanzien van wie de vervoerder zich tegen betaling van het vervoertarief verbindt deze te vervoeren, dan wel de persoon die door zijn aanwezigheid aan boord te kennen heeft gegeven vervoerd te willen worden.

Tarieven De tarieven voor het overeengekomen vervoer zoals die het meest recent zijn vastgesteld door de vervoerder.

Vervoerder EVT B.V. die zich verbindt reizigers en hun handbagage respectievelijk lading te vervoeren.

Vervoermiddel Het schip waarmee de vervoerder het overeengekomen vervoer uitvoert.

Artikel 2 Dienstregeling

1. Het vervoer geschiedt volgens de door de vervoerder openbaar gemaakte dienstregeling of, indien sprake is van groepsvervoer of rondvaarten, op de voor die reis overeengekomen tijden en routes. Als de omstandigheden zulks rechtvaardigen is de vervoerder gerechtigd op andere tijdstippen en/of volgens een alternatieve route te varen en/of alternatieve vervoermiddelen in te zetten.

2. De vervoerder kan, indien naar zijn oordeel dringende redenen hem daartoe noodzaken, het vervoer geheel of gedeeltelijk staken. De vervoerder stelt de reiziger zo spoedig mogelijk in kennis van het staken en indien mogelijk van de redenen, de te nemen maatregelen en de mogelijke duur.

3. In de dienstregeling vermelde vertrek- en aankomsttijden, alsmede voor groepsvervoer of rondvaarten overeengekomen vertrek- en aankomsttijden, zijn slechts bij benadering aangegeven.

4. Reizigers dienen minimaal 30 minuten voor afvaart aanwezig te zijn. De vervoerder is niet verantwoordelijk voor reizigers die om welke reden dan ook niet tijdig inchecken en zo hun afvaart missen.

Artikel 3 Betalingen

1. Het vervoer geschiedt op basis van de door de vervoerder laatstelijk gepubliceerde dienstregeling en tariefbepalingen die geacht worden deel uit te maken van de vervoerovereenkomst.

2. Tenzij in de vervoerovereenkomst anders is bepaald, geschiedt betaling van het vervoerbewijs aan de vervoerder of aan het personeel in Nederlandse wettige betaalmiddelen, dan wel op een andere door de vervoerder toegelaten wijze van betalen.

3. Nadat de afvaart heeft plaatsgevonden wordt nimmer restitutie verleend. Het verlenen van restitutie staat in overige gevallen uitsluitend ter beoordeling van de vervoerder.

4. De afzender is verplicht op het ogenblik dat de zaken door de vervoerder in ontvangst zijn genomen, de vrachtpenningen en verdere op de zaken drukkende kosten te voldoen.

5. De reiziger dient de vervoerprijs vóór of uiterlijk bij afvaart te voldoen.

6. Het is de reiziger, noch de afzender toegestaan om hetgeen uit hoofde van de vervoerovereenkomst verschuldigd is aan de vervoerder te verrekenen met een eigen vordering op de vervoerder.

7. De vervoerder heeft jegens een ieder, die daarvan afgifte verlangt, een retentierecht op zaken en documenten die hij in verband met de vervoerovereenkomst onder zich heeft. De vervoerder kan het retentierecht zowel tegenover de afzender als de geadresseerde eveneens uitoefenen voor hetgeen hem nog verschuldigd is in verband met voorgaande vervoerovereenkomsten.

8. Alle zaken, documenten en gelden die de vervoerder in verband met de vervoerovereenkomst onder zich heeft, strekken hem tot pand voor alle vorderingen die hij in verband met de vervoerovereenkomst heeft.

Artikel 4 Geldigheid en intrekking van het vervoerbewijs

1. De vervoerder verbindt zich om de reiziger tegen betaling van het vervoertarief te vervoeren, alsmede de door hem meegevoerde handbagage.

2. De vervoerder is te allen tijde gerechtigd de reiziger de toegang tot het vervoermiddel te ontzeggen, dan wel hem uit het vervoermiddel te (doen) verwijderen, indien naar het oordeel van de vervoerder niet kan worden gevergd dat hij die reiziger vervoert.

3. De vervoerder kan een vervoerbewijs intrekken van de reiziger en de reiziger en/of haar bagage uit het vervoermiddel verwijderen, dan wel doen verwijderen indien:

a. dit naar het oordeel van de vervoerder noodzakelijk is om redenen van veiligheid of goede orde, met inbegrip van, maar zeker niet beperkt tot de gevallen zoals die omschreven zijn in artikel 5 lid 1 en 9 lid 1 van deze Algemene Vervoervoorwaarden.

b. de reiziger zich bedient van een niet geldig vervoerbewijs dan wel het vervoerbewijs misbruikt of de controle van zijn vervoerbewijs belemmert of verhindert;

c. niet is voldaan aan de voorwaarden voor het verkrijgen of betalen van het vervoerbewijs.

4. Een vervoerbewijs is in elk geval niet geldig indien:

a. zulks uit de dagaanduiding volgt;

b. dit bewerkt of verminkt is;

c. dit niet dan wel onvoldoende leesbaar (meer) is.

5. In geval van intrekking of verwijdering, overeenkomstig het bepaalde in het derde lid van dit artikel, heeft de reiziger geen recht op enige vergoeding.

6. Indien een op naam gesteld vervoerbewijs is ingetrokken dat niet geldig was dan wel misbruikt was, of indien de reiziger de controle verhinderde of belemmerde, heeft de reiziger geen recht op afgifte van een nieuw op naam gesteld vervoerbewijs.

7. Indien de betrokken reiziger kan aantonen, dat het feit dat tot de intrekking c.q. verwijdering heeft geleid, niet aan hem kan worden toegerekend, vindt lid 6 van dit artikel geen toepassing.

Artikel 5 Handbagage

1. De vervoerder kan de reiziger toegang tot het vervoermiddel weigeren dan wel hem noodzaken het vervoermiddel te verlaten, indien naar zijn oordeel handbagage van de reiziger -vanwege gewicht, afmeting, vorm, geur, of aard- gevaar, verontreiniging of hinder voor een ander kan veroorzaken.

2. Vervoer van handbagage geschiedt op de daarvoor aangewezen plaats, doch alleen voor zover er naar het oordeel van het personeel voldoende plaatsruimte is. De reiziger zorgt zelf voor het in- en uitladen.

3. De reiziger is verplicht de handbagage die hij in het vervoermiddel meevoert zelf te bewaken.

4. De reiziger is zelf verantwoordelijk voor zijn of haar bagage en behoudens overmacht aansprakelijk voor door zijn handbagage veroorzaakte schade.

5. Handbagage mag slechts zodanig worden geplaatst dat deze de nooduitgangen niet verspert, het in- en uitstappen van reizigers of personeel niet belemmert en hen ook overigens niet hindert. Evenmin mag handbagage een zitplaats innemen voor zover een reiziger daarop aanspraak maakt.

6. De vervoerder is niet gehouden geweigerde bagage en/of zaken in bewaring te houden.

Artikel 6 Dieren en fietsen

1. Levende dieren mogen, behoudens hetgeen in de volgende leden van dit artikel is bepaald, in gemakkelijk draagbare mand, tas of een dergelijk voorwerp die kunnen worden neergezet of op schoot gehouden, worden meegevoerd. Honden mogen evenwel ook op andere wijze worden meegevoerd, mits kort aangelijnd. Indien het dier een plaats inneemt, is de eigenaar van het dier door de vervoerder vastgestelde tarief verschuldigd.

2. De in het eerste lid bedoelde dieren mogen niet worden meegenomen, indien deze op enigerlei wijze voor de reiziger of voor het personeel lastig of hinderlijk kunnen zijn of lijden aan een besmettelijke ziekte.

3. Het personeel beoordeelt of dieren in aanmerking komt voor vervoer overeenkomstig het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel.

4. Fietsen kunnen alleen worden meegevoerd, indien de vervoerder hiervoor uitdrukkelijk toestemming heeft verleend en tegen het door de vervoerder vastgestelde tarief.

5. Indien de reiziger op grond van deze algemene vervoervoorwaarden in het bezit dient te zijn van een vervoerbewijs voor het dier of de fiets, dan dient de reiziger op eerste verzoek een geldig vervoerbewijs te kunnen tonen.

6. Vervoerder behoudt zich het recht voor om de wijze van vervoer vast te stellen en beperkingen te stellen aan het aantal dieren/fietsen dat in en/of op een vervoermiddel kan worden vervoerd.

Artikel 7 Lading

1. Zaken dienen op de door de vervoerder te bepalen wijze ten vervoer worden aangeboden.

2. De afzender is verantwoordelijk voor het laden en stuwen van zaken aan boord van het vervoermiddel en de ontvanger is verplicht hen op eerste verzoek uit het vervoermiddel te lossen. Wanneer de vervoerder daarbij aanwijzingen geeft voor de veiligheid van de vaart of ter voorkoming van schade zijn zij verplicht deze op te volgen.

3. De vervoerder bepaalt de volgorde en de plaats van belading.

4. De afzender is verplicht de vervoerder de schade te vergoeden die deze lijdt, doordat de overeengekomen zaken, door welke oorzaak dan ook, niet op de overeengekomen plaats en tijd te zijner beschikking is.

5. De afzender is verplicht de vervoerder de schade te vergoeden die ontstaat door of in verband met de ten vervoer aangeboden zaken, behalve voor zover deze schade is veroorzaakt door een omstandigheid die een zorgvuldig afzender van de ten vervoer ontvangen zaken niet heeft kunnen vermijden en waarvan zulk een afzender de gevolgen niet heeft kunnen verhinderen.

6. De bepalingen van dit artikel zijn tevens van toepassing op het vervoer van dieren, indien deze niet als handbagage worden vervoerd.

Artikel 8 Gevaarlijke stoffen

1. Behoudens voorafgaande uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de vervoerder is het verboden om gevaarlijke stoffen ten vervoer aan te bieden of aan boord van het vervoermiddel te brengen.

2. Een ieder die in strijd handelt met de bepalingen van lid 1 van dit artikel zal aansprakelijk zijn jegens de vervoerder en zal deze vrijwaren voor alle schade die de vervoerder als gevolg daarvan lijdt, alsmede voor alle kosten ter voorkoming van dergelijke schade.

Artikel 9 Verplichtingen van de reiziger

1. De reiziger moet voorzien zijn van een geldig vervoerbewijs. Tijdens het vervoer dient hij, op eerste verzoek, te kunnen aantonen over een geldig vervoerbewijs te beschikken.

2. De reiziger die het vervoerbewijs, waarvan hij of zij moet zijn voorzien, desgevraagd ter controle op eerste vordering niet toont of overhandigt of een onbevoegd gewijzigd of anderszins bewerkt vervoerbewijs gebruikt, een vervoerbewijs misbruikt of de controle van vervoerbewijzen belemmert of verhindert, is op vordering van de vervoerder de vervoerprijs verschuldigd.

3. De reiziger is verplicht zich op eerste vordering te identificeren met een der wettelijk erkende identificatiebewijzen, na constatering van het niet in acht nemen van de verplichting van lid 2 van dit artikel.

4. De reiziger is verplicht de aanwijzigen op te volgen die door de vervoerder of het personeel worden gegeven in het belang van orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang in de wachtgelegenheden op en/of bij de aanlegplaatsen.

5. De reiziger die enig onderdeel van een wachtgelegenheid, vervoermiddel, van tot aanlegplaatsen behorende werken en inrichtingen of overige eigendommen van de vervoerder verontreinigt, beschadigt of ontvreemdt of wiens handbagage dergelijke schade toebrengt, moet de daardoor veroorzaakte schade aan de vervoerder vergoeden.

6. Wordt een kind dat jonger is dan twaalf jaar begeleid door een persoon van achttien jaar of ouder, dan is deze begeleider verplicht ervoor zorg te dragen dat dit kind niet handelt in strijd met deze Algemene Voorwaarden.

Artikel 10 Verbodsbepalingen voor de reiziger

1. Het is de reiziger verboden: a. het personeel op enigerlei wijze te hinderen in de uitoefening van zijn taak;

b. een vervoermiddel zonder noodzaak in te gaan of te verlaten anders dan met gebruikmaking van een daarvoor bestemde in- of uitgang en/of op een daarvoor bestemde aanlegplaats;

c. hinder of overlast te veroorzaken voor of aanstoot te geven aan de reizigers;

d. voor zichzelf dan wel voor andere personen of voor bezittingen een gevaar of risico te vormen, met inbegrip van maar niet beperkt tot het geval dat:

I. de reiziger dronken is of onder invloed is van alcoholhoudende drank of drugs;

II. de reiziger niet de naar het oordeel van de vervoerder redelijke instructies heeft nageleefd die de vervoerder heeft gegeven om een veilig, efficiënt en comfortabel vervoer voor alle reizigers zeker te stellen of om vervoerder anderszins in staat te stellen aan diens verplichtingen jegens andere reizigers te voldoen;

III. de reiziger uitlatingen heeft gedaan of zulk gedrag heeft getoond, dat twijfel ontstaat met betrekking tot de veiligheid van het vervoeren van die persoon. Dergelijke uitlatingen of dergelijk gedrag omvatten het gebruik van dreigende, grove of beledigende taal tegen personeel of reizigers.

e. in een vervoermiddel te roken of zich daarin te bevinden met een brandende pijp, sigaar of sigaret;

f. gebruik te maken van noodvoorzieningen, behalve in geval van direct gevaar of gegrond vermoeden van gevaar voor een vervoermiddel of voor personen in een vervoermiddel.

2. Het is de reiziger verboden wachtgelegenheden, vervoermiddelen, tot aanlegplaatsen behorende werken en inrichtingen of overige eigendommen van de vervoerder te beschadigen, te verontreinigen dan wel zaken daaruit te ontvreemden.

Artikel 11 Aansprakelijkheid van de vervoerder voor reizigers en handbagage

1. De vervoerder is aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door dood of letsel van de reiziger ten gevolge van een voorval dat in verband met en tijdens het vervoer van de reiziger is overkomen. De vervoerder is niet aansprakelijk, indien het voorval is veroorzaakt door een omstandigheid die een zorgvuldig vervoerder niet heeft kunnen vermijden en waarvan zulk een vervoerder de gevolgen niet heeft kunnen verhinderen. De schadevergoeding die de vervoerder in genoemde omstandigheden mogelijk verschuldigd is, is wettelijk beperkt tot een bedrag van Euro 137.000,- per reiziger.

2. De vervoerder is aansprakelijk voor schade veroorzaakt door geheel en gedeeltelijk verlies dan wel beschadiging van de handbagage, voor zover dit verlies of deze beschadiging is ontstaan tijdens het vervoer en is veroorzaakt:

a. door een aan de reiziger overkomen voorval dat voor rekening van de vervoerder komt of

b. door een omstandigheid die een zorgvuldig vervoerder heeft kunnen vermijden of waarvan zulk een vervoerder de gevolgen heeft kunnen verhinderen. De schadevergoeding die de vervoerder mogelijk verschuldigd is in geval van verlies of beschadiging van de handbagage is wettelijk beperkt tot een bedrag van Euro 1.000,- per reiziger.

3. De reiziger moet schade aan handbagage onverwijld schriftelijk aan de vervoerder melden onder opgaaf van oorzaak, aard en omvang van de schade.

4. De vervoerder is niet aansprakelijk voor schade die is veroorzaakt door vertraging, door welke oorzaak dan ook, voor, tijdens of na het vervoer opgetreden, dan wel is veroorzaakt door welke afwijking van de dienstregeling dan ook.

5. De vervoerder is niet aansprakelijk voor schade ontstaan door het missen van aansluiting op eigen of andere vervoermiddelen, dan wel door de omstandigheid dat de gewone vervoermiddelen die de vervoerder ter beschikking staan, niet toereikend zijn. Ook is de vervoerder niet aansprakelijk voor schade ontstaan door het ontbreken van zit- of staanplaatsen.

6. De vervoerder is nimmer aansprakelijk voor schade die is veroorzaakt als gevolg van het niet aanbieden of het niet uitvoeren van vervoer.

Artikel 12 Aansprakelijkheid van de vervoerder voor lading

1. De vervoerder is verplicht de ten vervoer ontvangen zaken ter bestemming af te leveren en wel in de staat waarin hij hen heeft ontvangen.

2. De vervoerder is niet aansprakelijk voor schade, voor zover deze is veroorzaakt door overmacht. Onder overmacht wordt verstaan een omstandigheid die een zorgvuldig vervoerder niet heeft kunnen vermijden en voor zover zulk een vervoerder de gevolgen daarvan niet heeft kunnen verhinderen.

3. Voor zover de vervoerder aansprakelijk is wegens het niet nakomen van de op hem rustende verplichtingen, heeft de afzender geen ander recht dan betaling te vorderen van een bedrag, dat wordt berekend met inachtneming van de waarde welke zaken als de ten vervoer ontvangene zouden hebben gehad zoals, ten tijde waarop en ter plaatse waar zij zijn afgeleverd of waar zij hadden moeten worden afgeleverd. 4. De aansprakelijkheid van de vervoerder voor lading zal nimmer het bedrag van Euro 2,70 per kilogram, of voor zover het onverpakt massagoed betreft, het bedrag van Euro 227 per duizend kilogrammen of een overschietend gedeelte daarvan te boven gaan.

5. De vervoerder is niet aansprakelijk voor schade die is veroorzaakt door vertraging, door welke oorzaak dan ook, voor, tijdens of na het vervoer opgetreden, dan wel is veroorzaakt door welke afwijking van de dienstregeling dan ook. De vervoerder is evenmin aansprakelijk voor schade ontstaan door het missen van aansluiting op eigen of andere vervoermiddelen, dan wel door de omstandigheid dat de gewone vervoermiddelen die de vervoerder ter beschikking staan, niet toereikend zijn.

6. De vervoerder is nimmer aansprakelijk voor schade die is veroorzaakt als gevolg van het niet aanbieden of het niet uitvoeren van vervoer.

Artikel 13 Aansprakelijkheid van en voor het personeel

1. Voor schade toegebracht door een fout van het personeel, is degene in wiens dienst het personeel zijn taak vervult aansprakelijk, indien de kans op de fout door de opdracht tot het verrichten van deze taak is vergroot en degene in wiens dienst hij stond uit hoofde van hun desbetreffende rechtsbetrekking zeggenschap had over de gedragingen waarin de fout was gelegen.

2. Indien het personeel aan een reiziger of aan een ander op diens verzoek diensten bewijst waartoe de vervoerder niet is verplicht, wordt hij geacht te handelen in opdracht van degene aan wie hij deze diensten bewijst.

3. Wanneer een personeelslid aansprakelijk wordt gesteld voor schade geleden in verband met het vervoer, kan ook hij zich beroepen op de beperkingen van de aansprakelijkheid zoals deze voor de vervoerder gelden.

Artikel 14 Verjaring

1. Een rechtsvordering jegens de vervoerder ter zake van aan een reiziger overkomen letsel verjaart door verloop van drie jaren. Deze termijn begint met de aanvang van de dag, volgende op de dag van het voorval of ongeval dat de reiziger is overkomen.

2. Een rechtsvordering jegens de vervoerder ter zake van dood van een reiziger verjaart door verloop van drie jaren. Deze termijn begint met de aanvang van de dag, volgende op de dag van het overlijden van de reiziger, maar loopt niet langer dan vijf jaren beginnend met de aanvang van de dag, volgende op de dag van het voorval of ongeval dat de reiziger is overkomen.

3. Alle overige uit de vervoerovereenkomst voortkomende vorderingen verjaren door verloop van één jaar. Deze termijn begint met ingang van de dag, volgende op die waarop die vordering is ontstaan.

Artikel 15 Gevonden voorwerpen

1. De vervoerder is bevoegd een door zijn personeel gevonden of door een ander gevonden en aan hem afgegeven voorwerp na drie maanden of, indien het voorwerp niet voor bewaring geschikt is, eerder te verkopen, dan wel te vernietigen zulks ter keuze van de vervoerder.

2. De persoon die heeft aangetoond rechthebbende te zijn van het voorwerp heeft geen ander recht dan teruggave van het voorwerp, dan wel op de opbrengst van de verkoop verminderd met bewaarloon en administratiekosten.

3. De vervoerder kan voor de behandeling van een verzoek met betrekking tot een verloren voorwerp of geldsom administratiekosten in rekening brengen.

Artikel 16 Toepasselijk recht en bevoegde rechter

Op de vervoerovereenkomst is het Nederlandse recht van toepassing. De Rechtbank Leeuwarden is bevoegd voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een vervoerovereenkomst zijn ontstaan of zullen ontstaan.